Muhasaba (zelfkritiek of –ondervraging)

Muhasaba, zelfkritiek of -ondervraging, betekent 'de rekeningen vereffenen'. De gelovige moet steeds de eigen daden herzien: wat dagelijks wordt gezegd en gedaan. Goed en slecht, juist en verkeerd. Hij moet God ook danken voor het goede en trachten uit te wissen wat verkeerd was. Voor zonden en afwijkingen moet vergiffenis worden gevraagd en herstelling wordt uitgevoerd door boetedoening en spijt. 'Muhasaba' is de zeer belangrijke en ernstige poging van een gelovige om de trouw aan God opnieuw te bevestigen.

Het werd opgetekend door de schrijver van 'de Mekkaanse Overwinningen' (al Futuhat al Makkiya) Muhyi ad-Din Ibn Arabi, dat de rechtvaardigen uit de eerste eeuwen der Islam de gewoonte hadden om hun dagelijkse woorden en daden ofwel op te schrijven ofwel in het geheugen op te nemen. Daarna bekritiseerden ze zichzelf voor elke begane zonde om zich te behoeden voor de stormen van ijdelheid en wervelingen van hoogmoed. Dan vroegen zij God vergiffenis voor deze zonden. Zij verscholen zich in de afzondering van de boetedoening voor de virussen van vergissingen en afwijkingen en bogen zich dankbaar voor God voor de goede daden die de Almachtige verrichtte via hen.

Zelfkritiek is ook het zoeken en ontdekken van de eigen inwendige, spirituele diepten en het uitvoeren van de noodzakelijke spirituele en intellectuele inspanningen om echte menselijke waarden te bereiken en de gevoelens te ontwikkelen die deze waarden bevorderen. Zo kunnen de mensen onderscheid maken tussen goed en kwaad, gunstig en ongunstig en de rechtvaardigheid in hun harten bewaren gedurende hun hele leven.

Door deze zelfkritiek voortdurend te beoefenen is de mens in staat om het heden te evalueren en de toekomst voor te bereiden. Zo kunnen ook begane fouten worden hersteld en vergeven worden in de ogen van God. Voortdurend kan zelfvernieuwing in de innerlijke wereld worden bekomen om een stevige relatie met God te bouwen. Slechts door een spiritueel leven en het bewustzijn van de innerlijke wereld kunnen de mensen hun hemelse natuur behouden en hun inwendige zintuigen en gevoelens wakker houden.

Een moslim heeft deze zelfkritiek nodig voor zowel het innerlijke als het gewone dagelijkse leven. Enerzijds probeert hij zijn beschadigde verleden te herstellen met de briesjes van de hoop en de genade die worden aangewakkerd door het aanroepen van God met 'Doe boete voor God' (S24 A31) of 'Wendt U berouwvol naar God' (S39 A54). Deze oproepen komen uit de andere werelden en weerklinken in het geweten. Anderzijds probeert hij te herstellen door de waarschuwingen, zowel angstaanjagend als bliksems als opwekkend als genade, bevat in verzen als 'O Gij die gelooft: vreest God en voer uw plicht voor God uit en laat ieder ziel bewustzijn van wat voor de volgende dag is voorbereid’ (S59 A18). Zo komt hij tot besef van en waakzaamheid voor de kans om nieuwe zonden te voorkomen, door zich te verschansen, als achter gesloten deuren, tegen alle soorten kwaad.

Elk moment van het leven wordt als een kiemtijd in de lente beschouwd, en hij zoekt nog grotere diepten in geest en hart door het inzicht en het bewustzijn dat uit het geloof ontstaat.

Zelfs als hij soms wordt neergehaald door de lichamelijke aspecten van het bestaan en aarzelt, dan is hij altijd waakzaam zoals in de Goddelijke verklaring is vermeld: 'Zij die God vrezen en Gods bevelen uitvoeren, als een voorbijgaande aanraking van Satan hen stoort, dan gedenken zij onmiddellijk God en kijk!, zij zijn zich bewust.' (S7 A201).

Zelfkritiek is als een lamp in het hart van een gelovige, een waarschuwing en een gunsten toewensende raadgever in zijn geweten. Elke gelovige mens maakt het onderscheid tussen goed en slecht, lelijk en mooi, bevallig voor God en zondig, door deze zelfkritiek. Door de raadgevingen van deze zelfkritiek worden alle hindernissen overwonnen, hoe groot ze ook lijken, en wordt het doel bereikt.

Zelfkritiek wekt de Goddelijke Genade en gunst op waardoor we dieper kunnen ingaan op geloof en dienstbaarheid en zo de Islam beter kunnen toepassen en dichter bij God en eeuwig geluk kunnen komen. Dit verhindert een gelovige er ook van in wanhoop te verzinken die uiteindelijk tot de toevlucht tot hoogmoed van de eigen Godsvruchtige daden leidt en de zelfredding van Goddelijke straf in het Hiernamaals. ( Als een man in wanhoop verzinkt en niet meer in Gods Genade gelooft, betreffende de toegang tot het Eeuwige Leven die door zonden is geblokkeerd, tracht hij aan Straf te ontsnappen. Dan herinnert hij zich zijn goede daden en betrouwt daarop. Dit is echter een gebrekkige methode want de mensen kunnen slechts door Gods Genade gered worden in het Hiernamaals.)

Vermits zelfkritiek de deur naar spirituele vrede opent, gaat hij ook God en Diens oordeel vrezen door het ontzag dat in hem wordt opgewekt. In de harten van hen, die voortdurend zichzelf kritiseren en bevragen om de eigen daden te verantwoorden, is steeds de Profetische waarschuwing hoorbaar: 'Als gij wist, wat ik weet, dan zoudt gij veel minder lachen en veel meer huilen.' (Bukhari, Kusuf, 2 / Muslim, Salat,112 / Tirmidhi, Kusuf, 2). Zelfkritiek veroorzaakt zowel angst als vrede in het hart der mensen en wekt voortdurend de onrust op van hen die zich steeds bewust zijn van de zware verantwoordelijkheid die zij voelen. Een gevoel dat wordt weergegeven door: 'Was ik maar een boom die aan stukken werd gehakt'. (Tirmidhi, Zuhd, 9 / Ibn Maja, Zuhd,19). Door zelfkritiek voelt de mens voortdurend de onrust en spanning, uitgedrukt door: 'De aarde leek hen vernauwend in alle uitgestrektheid en hun eigen zielen waren vernauwd.' (S9 A118). In elke hersencel weerklinkt bij hen: 'Of gij bekend maakt wat er in uw ziel is, of het verbergt, God zal U er rekenschap van doen afleggen.' (S2 A284). Zij grommen uitspraken zoals: ' Ik wenste dat mijn moeder mij niet ter wereld had gebracht.' (Ibn Sa'd, Tabaqat, 3, 360)

Omdat het moeilijk is voor iedereen om deze mate van zelfkritiek te bereiken, is het ook moeilijk voor hen die daar niet in slagen, om zeker in deze tijd te kunnen leven, vandaag beter dan gisteren en morgen beter dan vandaag.

Zij die door de raderen der tijd worden verpletterd en voor wie er geen verbetering is, kunnen hun plichten ten aanzien van het Hiernamaals niet waarmaken.

Dit toont de vervolmaking van het geloof: men wijst zichzelf voortdurend terecht. Elke ziel, die zich in het leven heeft voorgenomen om de horizon der perfectie te bereiken, is zich bewust van het menselijk leven en besteedt elk moment aan de strijd met zichzelf. Hij vraagt een paswoord of toegangskaart van alles wat zich aan zijn hart en gemoed aanbiedt. Hij controleert zichzelf op de verleidingen van Satan of de opwindingen van zijn temperament en is zeer behoedzaam over woorden en daden. Zelfs over de meest aanvaardbare en zinvolle daden zal hij zichzelf voortdurend bevragen. Aan de avond van elke dag, roept hij zich ter verantwoording van de begane daden en in de ochtend begint hij de dag, vastbesloten van geen zonde te begaan. Hij breit zijn 'borduurwerk' van het leven met de draden van zelfkritiek en zelfbeschuldiging.

Zolang de mens een dergelijke mate van gehechtheid en trouw aan God vertoont en nederig leeft, zullen de hemelpoorten wijdopen blijven. Dan hoort hij de uitnodiging:

'Komt gij tot Mij, gelovige, gij hebt nabijheid met Ons. Dit is de plaats der nabijheid, Wij beoordelen U als een gelovige.' Elke dag wordt deze uitverkorene met een nieuwe, hemelse geestelijke reis beloond. Het is God Zelf die bij een dergelijke zuivere ziel zweert: ' Waarlijk, Ik zweer bij de zelfbeschuldigende ziel'. (S75 A2)

Pin It
  • Aangemaakt op .
Copyright © 2021 Website van Fethullah Gülen. Alle rechten voorbehouden.
fgulen.com is de officiële website van bekende Turkse geleerde en denker Fethullah Gülen.